De kracht van TAAL
Auteur
Mark van Twist
De kracht van taal verwijst naar de wijze waarop het dominante discours te doorbreken valt. Hoe er in (en over) een professionele praktijk gesproken is bepalend voor die wordt beschouwd en beoordeeld – en welke ruimte voor verandering en vernieuwing daarin verondersteld wordt. We zien wat we zeggen, eerder dan andersom. Daarom is niet alleen aandacht nodig voor wat er over iets of iemand wordt gezegd en geschreven maar ook voor hoe dat gebeurt.
- Welke woorden en zinnen scheppen jouw werkelijkheid?
- Hoe ‘vertalen’ betrokkenen de praktijk waar ze deel van uitmaken?
- Kan een ‘hertaling’ helpen als uitnodiging tot ander handelen?
Niet alleen wat er in de tekst wordt bedoeld of beweerd is belangrijk, maar ook (en zelfs vooral) welke woorden en zinnen daarvoor -bewust of onbewust- worden gekozen. Woorden beschrijven niet alleen een werkelijkheid maar scheppen die ook. Verbale vernieuwing kan ons verandervermogen vergroten.
Al in de klassieke retorica draait het om de kracht van taal. De oude Grieken en Romeinen schreven er al hele beschouwingen over. Vooral in de filosofie heeft het thema enorme tractie gekregen. Opvallend genoeg ligt dat anders in de organisatiewetenschap en de veranderkunde. Hier is taal en tekst toch overwegend als iets dienstbaars opgevat; als een lege vorm waarmee inhoud op stem is te brengen – zwijgend aan het woord, van alles tonend behalve zichzelf.
Wie een organisatie wil veranderen moet eigenlijk eerst de taal leren, om te horen hoe er gesproken wordt en (veel lastiger nog) nagaan wat er hierdoor verzwegen blijft. Dat kan een basis vormen voor het zoeken naar nieuwe taal waarmee de stilte op stem te brengen valt. Soms is dat een kwestie van verbale vernieuwing (bijvoorbeeld via de benutting van metaforen) maar soms ook van tellen & vertellen of van gewoon verschijnen en verdwijnen – want ook cijfers en tabellen of zelfs lijf en leden praten mee.
Niet zelden wordt er een tegenstelling gesuggereerd tussen woorden en daden. Onder het motto ‘niet lullen maar poetsen’ wordt dan gepleit om op te houden met kletsen en maar gewoon aan het werk te gaan. Maar dat is goed beschouwd hetzelfde als ‘schreeuwen om stilte’ – een vorm van ‘verbaal vandalisme’. Want in de professionele praktijk zijn het juist woorden die werken (of niet); zij wijzen ons de weg en doen ook dingen. Door een kwestie anders te verwoorden verschuiven kaders, komen andere actoren en nieuwe opties in beeld.
Het maakt nogal uit of een organisatieverandering bijvoorbeeld wordt gekwalificeerd als een reorganisatie – alleen met zo’n begrip komen allerlei voorwaarden en verplichtingen mee.… De keuze om er wel of niet in die termen te spreken maakt dus nogal uit. Maar ook hoe die verandering vervolgens wordt geduid maakt groot verschil: is het een ‘kanteling’, een ‘redesign’ van het bedrijfsproces, een ‘cultuurtraject’ of een ‘verzelfstandiging’ waarbij de organisatie ‘op afstand’ wordt geplaatst? Spreken we over een ‘verwaarloosde organisatie’ of over een kwestie van ‘sociale veiligheid’, pakken we het aan volgens een ‘blauwe’, ‘gele’ of ‘rode’ aanpak en doen we dat ‘bottom up’ of ‘top down’? Niet (alleen) wat er wordt gezegd maakt hier verschil, maar (zeker) ook welke woorden dan resoneren…
In de organisatiewetenschap en de veranderkunde heeft de kracht van taal een prominente plek gekregen via het werk van Karl Weick (1979), die organiseren omschreef als het ontwikkelen van een grammatica. Een belangrijke bron van inspiratie vormt hier ook het werk van Paul Watzlawick en collega’s, die als axioma formuleerde ‘Je kunt niet niet communiceren’ en die betekenisgeving duidde als het aanbrengen van interpunctie.
Kritiek op een benadering die nadruk legt op de kracht van taal kan zijn dat taal niet veel meer is dan een handig foefje om invloed uit te oefenen en betrokkenen te manipuleren door de werkelijkheid anders voor te stellen dan die is. Taal is macht en draagt daarom altijd ook het risico in zich van machtsuitoefening. De keerzijde van deze kritiek is dat er soms juist maar heel weinig ruimte is om (nieuwe) taal in te zetten als instrument omdat niet zomaar te breken valt met wat ‘normaal’ en ‘verstaanbaar’ wordt geacht.
Twist, Mark van (2023), Woorden wisselen, Naar een hertaling van besturen, organiseren en adviseren, Boom.
Feltmann, E., Lubbers, B., Metsemakers, M., & Dijkgraaf, G. (2010). Denkadviseren: Over de relaties tussen de taal, het denken en de problemen van werkende mensen in organisaties. Mediawerf
Lakoff, G. (2004). Don't think of an elephant!: Know your values and frame the debate: The essential guide for progressives. Chelsea Green Publishing
Morgan, G. (2006). Images of organization (Updated ed.). SAGE Publications.
Bekijk mijn kaarten