Moreel beraad V5
Moreel beraad: de stakeholder methode
Sia Ataredian en Martijn van Ooijen
Een moreel beraad is een gestructureerd gesprek waarin we samen stilstaan bij een concrete situatie waarin morele vragen of spanningen spelen. Het doel is om stil te staan bij wat 'het goede' is om te doen in die situatie, door verschillende perspectieven en waarden expliciet te maken. Daarbij draait het niet om het vinden van de ‘juiste’ oplossing, maar om gezamenlijk te onderzoeken wat belangrijk is en waarom. De begeleider van het moreel beraad zorgt voor de structuur en veiligheid in het gesprek. Deze persoon bewaakt het proces, stelt verdiepende vragen en helpt deelnemers om hun oordelen te onderzoeken en te verhelderen. De begeleider onthoudt zich van een inhoudelijk oordeel en faciliteert het gesprek zó dat alle stemmen gehoord worden. Een moreel beraad heeft een inbrenger nodig, iemand die een moreel vraagstuk heeft en dit wil bespreken in een groep. Via een moreel beraad word je uitgedaagd om je impliciete morele overtuigingen te expliciteren.
Bij een moreel beraad is het belangrijk om:
- open te staan voor verschillende perspectieven en oordelen;
- te vertragen en echt te luisteren naar elkaar;
- de ervaring van betrokkenen centraal te stellen;
- te reflecteren op je eigen normen en waarden, zonder meteen in oplossingen te denken;
- vertrouwelijkheid te bespreken.
1. Casus vertellen
- De inbrenger deelt de situatie en formuleert een eerste morele vraag.
- De toehoorders mogen uitsluitend verduidelijkende vragen stellen over de situatie van de inbrenger.
- De inbrenger mag de morele vraag, op basis van de vragen, herformuleren. Bijvoorbeeld: Hoe balanceer ik de waarde van transparantie en openheid over moreel onrecht met de waarde van vertrouwen niet beschamen?
→ Vraag expliciet: Is er behoefte aan herformulering?Iedereen denkt mee maar de inbrenger beslist.
2. Stakeholders uit de casus identificeren
Door de casus inbrenger en de toehoorders worden de stakeholders uit casus geïdentificeerd. Ook worden hun morele opvattingen geïnventariseerd. Denk ook aan verborgen stakeholders, zoals: het milieu, de burger of ongehoorde stemmen.
Per stakeholder onderzoeken:
- Wat speelt mee in hun afwegingen?
- Waar zit de spanning of het ongemak?
- Welke waarden zijn voor hen leidend?
- Wat zijn hun immorele, amorele of morele belangen?
Let op: Moraliteit is altijd aanwezig:
- Moreel: de waarde wordt erkend en gevolgd.
- Amoreel: de waarde wordt niet erkend.
- Immoreel: de waarde wordt bewust overtreden.
3. Stakeholders toewijzen
Alle geïdentificeerde morele belangen worden op een A4 opgeschreven en daarna vertegenwoordigd door deelnemers. Dus er zijn deelnemers die het morele belang van de niet aanwezige stakeholder vertegenwoordigen. Je hoeft niet te acteren of een rol te spelen maar gaat wel voor dat morele belang staan.
- Niet iedereen hoeft een belang te vertegenwoordigen, maar alle belangrijke morele belangen moeten bemenst zijn.
- Bij te weinig deelnemers worden de belangrijkste belangen vertegenwoordigd.
- Overige deelnemers blijven ‘neutraal’ en denken breed mee.
4. In de kwestie stappen
De casuseigenaar gaat midden in een cirkel staan. De cirkel wordt gevormd door:
- De vertegenwoordigers van de (andere) morele belangen (stakeholders). Zij staan op of rond de A4 waarop het morele belang dat zij vertegenwoordigen staat.
- Neutrale deelnemers (die meedenken en vragen stellen).
In deze fase:
- De casuseigenaar benoemt opnieuw het moreel dilemma en de casus.
- De casuseigenaar gaat in gesprek met de stakeholders en hun morele belangen.
- Je onderzoekt met elkaar: Welk belang/waarde de casusinbrenger vertegenwoordigd (bv transparantie of eerlijkheid) en waar spanningen of conflicten tussen andere waarden bestaan. BV aan de ene kant hecht de casus houder aan eerlijkheid maar aan de andere kant staat een van de stakeholders voor privacy en een geheimhoudingsplicht. Wat voor de één rechtvaardig is, kan voor de ander onrechtvaardig zijn. Dit doe je met alle stakeholders, die omringt hebben. Let op de casus houder voelt zelf aan hoeveel onderzoek er per stakeholder nodig is.
Afronding ronde 4:
Na de initiële gesprekken bepaalt de casuseigenaar welke morele waarden hem/haar echt raken. Die stakeholders en morele waarden neemt de casushouder mee naar de volgende ronde. Kies maximaal 2 morele waardes.
5. Spanningshantering en morele afweging
- De casuseigenaar blijft in het midden staan en legt de 2 gekozen morele waardes op de grond neer. De overige deelnemers nemen hun ‘neutrale’ rol weer aan (en zijn dus niet meer de opgestelde stakeholder).
Reflectievragen:
- Kan je recht doen aan beide werelden? Is er een middenweg te vinden?
- Hoe kun je recht doen aan de spanning tussen waarden?
- Welke keuzes zijn moreel verdedigbaar?
- Wat is nodig om zuiver te handelen?
Afronding:
- De inbrenger bepaalt of en welke actie nodig is en welk morele waarde de doorslag gaf,
- De groep reflecteert kort op het proces en deelt inzichten.
Samenvattende afsluiting of check-out:
Vraag mensen kort in gesprek te gaan over de volgende vragen:
- Welke morele waarde weegt voor de inbrenger het zwaarst?
- Welke consequenties vloeien hieruit voort?
- Ieder deelt één persoonlijk inzicht uit het proces.